|
| |
|
|
 |
IJsland, dat
ongeveer drie keer
zo groot is als
Nederland, ligt in
het noordelijke deel
van de Atlantische
Oceaan net ten
zuiden van de
poolcirkel. Het
heeft een
oppervlakte van
103.000 km² en is
daarmee het op één
na grootste eiland
van Europa, alleen
Groot-Brittannië is
groter.
IJsland is het meest
westelijk gelegen
land van Europa. Er
wonen zo’n 300.000
mensen (2011) op
IJsland, hiervan
woont ruim de helft
in de hoofdstad
|
|
|
|
Reykjavík en zijn
voorsteden. De rest
van de bevolking
woont verspreid over
het land in de
boerderijen en
dorpjes. Het
binnenland is zo
goed als onbewoond,
het bestaat vooral
uit lavavelden,
bergen,
rivieren, grind- en
steenwoestijnen en
gletsjers.
Veel IJslanders
werken in de
visserij en de
visverwerkende
industrie, deze
sector neemt daarom
ook ca. 72% van de
uitvoer voor zijn
rekening. Men richt
zich vooral op de
haring- en
kabelvangst.
IJsland heeft geen
fossiele
brandstoffen zoals
gas, olie of
steenkool, deze
moeten daarom ook
ingevoerd worden.
Dat geld ook voor
allerlei machines,
drank en tabak. Er
is ook landbouw op
IJsland, deze
bestaat vooral uit
veehouderijen,
tuinbouw en
akkerbouw. Een klein
deel van het land,
ongeveer 10%, is
geschikt voor
akkerbouw. Dat komt
omdat een groot deel
van het land bestaat
uit bergen,
lavavelden,
gletsjers en
puinwoestijnen. Men
teelt er
voornamelijk
aardappelen,
suikerbieten, rapen
en kolen. Rond
de hoofdstad vind je
ook tuinbouw die
bestaat uit het
telen van bloemen,
tomaten, druiven,
komkommers en
verschillende
zuidvruchten. Deze
kassen worden
verwarmd met het
warme water vanuit
de bodem.
Toerisme is
tegenwoordig ook een
grootte bron van
inkomsten. Het land
wordt jaarlijks door
bijna 300.000 mensen
bezocht, zij komen
af op het ruige
landschap met de
indrukwekkende
geisers, vulkanen en
watervallen. |
|
|
|